donderdag 10 september 2015

Achter slot en grendel met dat tuig!!!

Totaal hysterisch schopt hij tegen de muur. Hij trekt aan zijn dunne haartjes. Zijn gezichtje is vuurrood van woede en paniek. Al uren zit hij opgesloten in deze kleine kamer. Het bonken van zijn hart voelt hij in zijn hoofd. Elke prikkel is hem teveel.  Dit kleine ventje, van nog geen twee jaar oud, heeft geen flauw benul wat hij verkeerd heeft gedaan. Hij schreeuwt het uit in de hoop dat iemand hem hoort. Zonder besef van tijd tikken de secondes, de minuten, de uren voorbij. Elke keer wanneer die grote lijven hem vastgrijpen, lijkt de tijd van eenzaamheid die volgt, langer te duren. Een kamer met niets erin, een hok om in af te koelen. Afgezonderd van de buitenwereld, in eenzaamheid, wachtend tot iemand de deur weer opendoet.

De tijd dat hij buiten de kamer verblijft, is stressvol. Hij weet niet goed wat er van hem verwacht wordt. Hij grijpt zijn kansen om te pakken, wat er te pakken valt. Voordat hij het goed en wel door heeft, is er alweer iets verkeerds gebeurd. Het contact met andere kinderen is lastig hij wil graag spelen maar voor een peuter is dat niet te doen. Hij heeft de juiste vaardigheden nog niet ontwikkeld. Maar ook het naast elkaar spelen eindigt al snel in haren trekken. Zijn woede is eigenlijk angst. Als een dier in de val gelokt bijt hij van zich af. Agressie als een wapen om zijn angst niet te hoeven ervaren.
Contact maken voelt onveilig voor hem en de handen die voor hem zorgen zijn ruw. Door pure wanhoop omdat ze niet meer weten hoe ze hem in goede banen moeten leiden. 
Hij snapt niets van de grote boze wereld om hem heen. Hij weet niet wie hij is, laat staan wat andere van hem verwachten.

En daar zit ik met hem op mijn schoot, een peuter in een tienerlijf. Snikkend vol boosheid niets begrijpend van wat er allemaal gebeurt.  Met grote ogen vol tranen kijkt hij me aan en staat me toe hem even, voor het moment, te troosten.
Hij zit opgesloten omdat de maatschappij geen antwoord meer heeft. Nu hij sterker wordt en zijn behoeftes groter, moeten we hem tegen zichzelf maar ook anderen tegen hem, beschermen. Hij haalt dingen uit waar we van schrikken, waar we bang van worden en we kunnen niets anders meer dan hem opbergen. Door alle bezuinigen is het zoeken naar de juiste hulp nog moeilijker. Door zijn complexe problematiek heeft hij bij alles wel een contra-indicatie. En mocht er iets geschiktst gevonden worden dan zijn de wachtlijsten te lang. Dus is het antwoord, achter slot en grendel met dat tuig! Eenzame opsluiting, overvraging en een spiraal van negativiteit.

Van de daken zou ik willen schreeuwen, alle details die ik van hem ken, van alle ellende die hij heeft meegemaakt, om nog iets van begrip te creƫren. Ik wil iedereen vertellen over het mannetje dat ik ken, over die kostbare kleine momenten, die vonkjes in de tijd, waar deze grote knul gewoon weer even kind kon zijn.
Jullie kennen niet de diepte van zijn afwijzing, jullie weten niet de angst waar hij heeft ingezeten. Toen hij nog schattig was, nog net geen twee. Jullie kennen niet het moment in de tijd dat zijn ontwikkeling stil is blijven staan. Ik kriebel door zijn haar het liefst neem ik hem mee. Maar ik zal hem moeten achter laten en een lijntje met hem moeten houden. Ik de hoop dat de tijd alle wonden heelt en dat er vonkjes in zijn leven, zichtbaar zullen doorbreken.  
Dit kind waar ik van hou, geen tuig maar een peuter in een tienerlijf.

Ik hou je vast, toe huil maar niet
Ik ben bij jou, troost je verdriet
Toe, sluimer zacht, ik wieg je stil
Totdat jij slaapt, diep in de nacht
Toe, sluimer zacht, ik wieg je stil
Totdat jij droomt, toe slaap maar zacht
 -de berini's, 'Slapen gaan'

Liefs Priscilla