woensdag 18 februari 2015

De vogel Bisbisbis!

Dit heerlijke pedagogisch onverantwoordelijke gedicht, maakt me aan het lachen.
Vandaar dat ik dit vonkje met jullie deel. Het doet me denken aan 'Mevrouw van Puffelen' de door mijn moeder en tante Sjaantje verzonnen afschrik methode. Want als we niet zouden stoppen met zeuren en klagen, dan zou Mevrouw van Puffelen ons komen halen. Als kinderen wisten we wel dat er geen bal van waar was. Aan de gezichten van mijn tante en moeder was duidelijk af te lezen dat het om een grap ging. Mevr van Puffelen als laatste red middel van de dag. Met die herinnering lees ik dit gedicht uit de koker van niemand minder dan Annie MG Schmidt. Wanneer je tot het uiterste bent gegaan. Je kind met niets meer in het gareel kan krijgen. Draag dan dit gedicht, met een grote lach, voor. Wie weet wat voor positief effect het teweeg zal brengen. In een tijd waar we alle pedagogische methodes uitproberen en tegen elkaar afwegen, werkt niets zo goed als een beetje humor op zijn tijd.
Te pas en te onpas roep ik nu; anders komt de vogel bis bis bis en mijn kleintjes gillen in koor, waar iedereen zo bang voor is!
 
Rosalind en de vogel Bisbisbis
 
Kind, zei de moe van Rosalind,
als jij het thuis niet prettig vindt,
als jij blijft zaniken en blijft morren,
als jij blijft luieren en blijft knorren,
als jij blijft mokken en kniezen en zeuren,
dan zal er nog wel eens iets met je gebeuren!
Wat zal er gebeuren? vroeg Rosalind.
Dat zal ik je zeggen, zei moeder: Kind,
dan komt de vogel Bisbisbis
waar iedereen zo bang voor is.
 
Maar ik ben niet bang, zei Rosalind,
(ze was een heel ondeugend kind),
ze bleef maar zaniken, bleef maar morren,
ze bleef maar luieren, bleef maar knorren
ze bleef maar mokken en kniezen en klagen
totdat, op een van de najaarsdagen...
daar kwam de vogel, o, kijk toch 's even!
Daar kwam de vogel door 't luchtruim zweven,
dat was de vogel Bisbisbis,
waar iedereen zo bang voor is.
 
Hij pakte de vlechtjes van Rosalind
en vloog er vandoor zo snel als de wind,
en Rosalind ging aan het gillen en schreeuwen
en brulde als zevenentwintig leeuwen,
daar vloog de vogel al boven de huizen.
De mensen beneden hoorden het suizen,
ze keken naar boven en riepen: O, jee,
dat beest neemt zowaar een meisje mee,
dat is de vogel Bisbisbis,
waar iedereen zo bang voor is.
 
De vogel vloog voort op de noordenwind.
Waar bracht hij het meisje Rosalind?
Hij bracht haar verschrikkelijk ver hiervandaan
naar een eilandje ver in de oceaan,
daar wonen wel duizend kinderen
die altijd en altijd maar hinderen
die mokken en zeuren en klagen en morren
en luieren, kniezen en drenzen en knorren
en daar, bij die stoute broertjes en zussen,
daar zit nu het meisje Rosalind tussen.
Ze blijft bij de vogel Bisbisbis
totdat ze weer lief en aardig is.

Liefs Priscilla

zaterdag 14 februari 2015

Heb het leven lief

Als onvoltooide gebouwen, staan ze als ruïnes in mijn verleden.
Uiteengespatte dromen, die niet
voldeden aan het plaatje in mijn hoofd. Het gevoel van intense voldoening, ervoer ik niet. Wandelend in mijn droom was het keihard werken. Ploeteren en doorzetten. Mijn shirt vol van stinkend zweet, beplakt tegen mijn lichaam. De doffe realiteit van het leven in de werkelijkheid.

Nog zie ik me naar het altaar lopen. Bijna tien jaar geleden. Vol van verwachting, door een roze bril bekeken, zagen wij de toekomst tegemoet. Nog steeds ben ik gek op degene tegen wie ik 'ja' zei. Nog steeds word ik in de ochtend wakker en ben ik blij dat hij degene is die naast me ligt. Maar oh boy, wat hadden we een verknipt beeld van hoe de toekomst eruit zou zien. Hoe naïef zijn we vol overgave, misschien wel te jong, het volwassen leven in gestapt. Door schade en schande zijn we wijs geworden. We zijn een stel dat het leven leeft. Voor honderd procent geven we onszelf. Doen we wat we doen met alles wat in ons is. Zonder schroom of terughoudendheid.

Wanneer je diep gaat, door een donker dal, kom je jezelf tegen. Het is niet aan de top van de berg dat je geconfronteerd wordt. Dat is niet de plek waar de spiegel zich bevindt. Je moet graven in je ziel. Je moet je vol overgave geven om te ontdekken wie je bent. Op de plek waar jij ten einde raad bent. Daar aan het einde van je kunnen, zal je de wind, onder je vleugels ervaren. Kan je, je overgeven aan de bries. Daar waar je dromen uiteenspatten kan je eindelijk rust vinden.
Je mee laten voeren naar grote hoogtes en stoppen met vechten. Daar kan je de leiding overgeven. Een gids je de weg laten wijzen.

Te midden van dat alles ontdek je wie je bent. Zie je een glimp van hoop. Door de onderste weg te gaan leer je vonkjes te ontdekken. Lichtbundels op je weg.
Worden je ruïnes nieuw leven ingeblazen. Leidt je gids je naar de top van de berg. Zie je al die onvoltooide gebouwen vanuit een ander gezichtspunt. Ontdek je ineens dat het allemaal niet zo gek was. Dat niets voor niets is geweest. Dat je wijsheid en inzicht hebt verworven. Dat de zoektocht en ervaring, een uniek mens hebben gevormd. Een prachtig persoon, instaat te genieten. Dat je geen muren om jezelf hoeft te bouwen. Maar dat je mag stralen. Je gezien mag worden. Je, je vonkelende kleuren de wereld in mag laten schijnen.

Ja zo zie je maar het leven is zo gek nog niet. Een zoektocht met onvolkomenheden maar ach, ik zou het voor geen goud willen missen.

Ik heb het leven lief, de mensen en de dieren
De zeeën en rivieren, ik heb het leven lief
Ik heb het leven lief, de bergen en de dalen
De warme zonnestralen, ik heb het leven lief
De trieste ochtendkrant, ze zal mij niet benauwen
Ik blijf van het leven houden, tot aan de laatste dag
Al zijn ze nog zo droef, de dingen die gebeuren
Er komen nieuwe kleuren, met elke nieuwe dag
Ik heb het leven lief, ik heb het nooit verzwegen
Het wonder van het bewegen, de vreugde van het bestaan
Ik heb het leven lief, ben blij dat ik ben geboren
Dat ik kan zien en horen, een hart kan horen slaan

- Toon Hermans

Liefs Priscilla